Zoeken
  • Jarichje Moeshart

Hoe overleef ik het leven?



Tegenslagen horen nu eenmaal bij het leven. Soms zijn we in een therapeutisch traject vooral bezig om dat te kunnen accepteren. Pijn hoort erbij. Net als vreugde en dagen dat het gewoon kabbelt. Maar hoe je omgaat met tegenslagen en pijn is iets dat we zelf in de hand hebben, ook al zijn het veelal onbewuste patronen die voor een deel in de kindertijd hun oorsprong hebben. Daarbij moeten we ons realiseren dat wij mensen niet graag naar de pijn gaan. We willen ervandaan. Dus daar verzinnen we allerlei manieren voor, de ene effectiever dan de andere. De meeste mensen die in mijn praktijk komen, zijn op een bepaald punt in hun leven vastgelopen. Ik zeg wel eens, de oplossingen die je voor je problemen hebt, werken niet meer goed of ze kosten meer dan ze opleveren. Die oplossingen, onze copingmechanismes, of ook wel overlevingsstrategieën genoemd, worden vaak in onze jonge jaren gevormd. Ze gaan al heel wat jaren mee, en ze hebben ons ook wel degelijk iets opgeleverd, anders hadden we ze niet zo lang volgehouden. Ze zijn daarom moeilijk af te leren. Maar niet onmogelijk, gelukkig. Het begint bij bewustzijn van je patronen. Ik noem in dit artikel een aantal veelvoorkomende strategieën, de problemen die eruit voort kunnen vloeien en de mogelijke manieren om dit aan te pakken. Want gezonde copingmechanismes zijn aan te leren.


Pleasen


Zo heb ik als copingmechanisme ontwikkeld dat ik moest klaarstaan voor de ander. Die ontstond uit een gezinssituatie waarbij er voor mij weinig ruimte was aangezien mijn broertje veel zorg nodig had en daarmee veel aandacht vroeg. Toen heb ik maar besloten dat ik heel lief en gehoorzaam moest zijn (ook omdat hij al de rol van de jongen met gedragsproblemen op zich nam). Ik werd de perfecte dochter, het lieve/brave meisje, dat het op school goed deed, en waar niemand last van had. In mijn latere leven werkte dat door in vriendschappen en relaties, waarbij ik steeds mijn welzijn ondergeschikt maakte aan dat van de ander. Mijn stem werd letterlijk zachter, en ik luisterde meer dan ik praatte. Je zou zeggen, dat werkt niet, waarom doe je dat? Omdat het als kind heel functioneel was om dat te doen. Immers, als kind ben je afhankelijk van de goedkeuring van je ouders/opvoeders, want die moeten voor je zorgen. Zonder hun zorg red je het niet, of moet je wel heel snel volwassen worden, zoals straatkinderen. Maar inderdaad, als volwassen vrouw ben ik niet meer afhankelijk van de zorg van mijn ouders, dus die copingstijl zou ik wel los kunnen laten. Het is work in progress, zullen we maar zeggen. Toch heeft ook dit coping mechanisme zijn goede kanten, het luisteren en afstemmen op de ander komt goed van pas in mijn werk als therapeut en docent.


Vermijden

Vermijden is ook een veelgehoord copingmechanisme. Zo vermeed ik jarenlang autorijden, omdat ik het niet goed durfde. Na 3x gezakt te zijn voor het praktijkexamen en onvoldoende ervaring doordat ik het niet bijhield, was ik gaan vermijden. Totdat ik mezelf bij de haren pakte, en zei dat ik mijn rijbewijs niet langer alleen als identificatiebewijs mocht gaan gebruiken. Plus dat het ook erg vervelend werd om naar moeilijk bereikbare plekken te reizen met het OV. Vermijding heeft vele vormen, heb ik geleerd, en wordt veelal ingegeven door angst. Het kan vermijden zijn van situaties, zoals drukte, of vliegen, of vermijden van verbinding, door geen of vluchtige relaties aan te gaan. Door te vermijden kun je sterk de controle houden op jezelf. Maar eigenlijk heeft de angst jou natuurlijk in zijn greep. Dat doorbreken heeft toegewijde actie nodig, waarbij je jezelf blootstelt aan datgene dat je angstig maakt. En ook geruststelling van het innerlijke angstige kind, dat denkt dat het helemaal misgaat als het ophoudt met vermijden. In kleine stapjes met veel vriendelijkheid voor jezelf kun je hier vorderingen mee maken.


Vluchten

Vluchten is misschien een vorm van vermijden. Maar ik noem hem hier apart, omdat het een vorm is waarbij er gebruik wordt gemaakt van andere middelen om te kunnen vermijden, en hetgeen wat er vermeden wordt meestal een vervelende emotie is. Vluchten kan in alcohol en drugs (verdoven), fantasiewereldjes (gamen, films/series), in sporten of in werken. Vluchtgedrag valt daarmee eigenlijk een beetje onder de noemer compensatiegedrag. Dat wil zeggen dat je in plaats van de oorzaak van je probleem aan te pakken, er iets anders tegenover stelt, waardoor je de pijn minder voelt. Het grote probleem hierbij is dat er verslavingen op de loer liggen, en dat je lichaam waarschijnlijk gaat protesteren onder dit ongezonde gedrag. Heb je zelf de neiging om te vluchten, dan kan het waardevol zijn om je onderliggende emoties te onderzoeken, waar je bij vandaan wilt. Dat vereist moed. Ben je bang dat het te overweldigend wordt wat je tegenkomt, dan zou ik zeker een therapeut zoeken waar je je veilig bij voelt om dit samen mee te doen.


Kleiner maken of bagatelliseren

‘Het valt wel mee, ik heb in vergelijking met anderen een prima jeugd gehad.’

‘Ik heb alles wat ik wil. Ik mag niet klagen’.

Dit soort uitspraken hoor ik nog wel eens, en dat doet me altijd vermoeden dat er wel een pijnlijk stuk onder zit, waar de persoon in kwestie niet naar wil kijken. Relativeren is prima, maar het wordt lastig als je je eigen pijn ontkent. In mijn ervaring worden er dan schaduwdelen niet gezien, omdat er wellicht geen verdriet, pijn of woede mag zijn. Het niet mogen voelen van vervelende emoties, door situaties kleiner te maken of minder belangrijk, kan ertoe leiden dat het lichaam gaat weigeren. Van altijd maar sterk zijn wordt het lijf uiteindelijk zwak. Pijntjes (pijntje hier, pijntje daar), vermoeidheid, ontstekingen, vastzittende spieren etc, kunnen tekenen zijn dat je lichaam je iets wil vertellen. In dit geval is het advies om daar aandacht aan te schenken, en te onderzoeken waarom je het nodig vindt om je groot te houden.


Passief worden of zwelgen

Dit is juist de andere kant. In plaats van je zwakte te onderkennen, omdat dat je sterk maakt, is dit je kracht volledig uit handen geven. Het zou een gezond mechanisme kunnen lijken, want je gaat juist naar de pijn toch? Ja, en nee. Ja, omdat er inderdaad meer aandacht is voor de onderliggende pijn, en nee, omdat er eigenlijk geen sprake meer is van pijn, maar van lijden. Pijn is wat we aan vervelende ervaringen hebben gehad. Lijden is een verhaal dat we ervan hebben gemaakt, en dat verhaal kan een kapstokje worden voor een identiteit en het lijdzaam ondergaan van het leven. De veerkracht ontbreekt dan om er nog wat van te maken, alle kracht wordt uitbesteed aan anderen. ‘Ik kan niet meer omgaan met het leven, omdat ik al zo veel heb meegemaakt’, is eigenlijk wat er dan gezegd wordt. Dit kun je keren door op zoek te gaan naar je veerkracht. Ja, je hebt een hoop meegemaakt, en je bent er nog! Wat heb je allemaal in huis dat je dat is gelukt? Voel je kracht, en ga daarvan uit. Want, zoals ik hierboven al zei, tegenslagen horen er nu eenmaal bij in het leven.


1 weergave0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven